De meeste voorspellingen noemen één winnaar. Die van mij niet. Ik bereken voor elke coureur de kans op elke uitkomst — en laat zien hoe zeker, of hoe onzeker, die voorspelling werkelijk is. Hieronder staat precies hoe.
Drie coureurs, drie verdelingen uit 20.000 gesimuleerde races voor de Hungarian Grand Prix. De vorm verraadt het karakter: een scherpe piek met een lange staart, een vlakke spreiding, of een smalle betrouwbare berg.
Een coureur die "gaat winnen" wint in werkelijkheid misschien vier op de tien keer. De andere zes keer gebeurt er iets anders — een slechte start, een safety car, een motor die het begeeft. Wie één naam opschrijft, gooit al die nuance weg.
Daarom voorspel ik geen rij namen, maar een kansverdeling. Niet "Antonelli wint", maar "Antonelli wint in 43% van de gevallen, staat in 73% op het podium, en valt in bijna één op de vijf races buiten de punten". Dat laatste hoort er net zo goed bij. Een eerlijke voorspelling toont haar eigen twijfel.
Vijf stappen, van ruwe open data tot een kans achter elke naam.
Monte Carlo-simulatie.
Elke ronde trekt voor iedere coureur een prestatie uit zijn eigen pace-verdeling,
bepaalt wie uitvalt, en zet de rest op volgorde. Eén simulatie is een toevalsuitslag;
twintigduizend samen tekenen de hele waaier aan mogelijke races.
Neem Antonelli, de favoriet. Het model geeft hem een verwachte eindpositie van 5.8. Maar zijn mediaan is 3. Dat verschil is geen rekenfout — het is informatie.
De mediaan zegt: meestal staat hij vooraan. Het gemiddelde wordt omhooggetrokken door de races waarin hij uitvalt en helemaal achteraan eindigt. Eén getal zou dat verstoppen; samen vertellen ze het echte verhaal — razendsnel, maar in dit regeljaar nog kwetsbaar. Precies die nuance is wat een kansverdeling zichtbaar maakt.
Een voorspelling is zo goed als haar aannames. Deze zijn de mijne, hardop:
Een voorspelling die je achteraf niet kunt nakijken, is een mening. Daarom ligt elke kans vóór de race vast, en kijk ik na afloop terug: klopte het, en waar zat ik ernaast? Een model leert van zijn missers, niet van zijn successen.
Elke zondag een nieuwe race, een nieuwe voorspelling, en een eerlijke rekening met de vorige. Dat is geen orakel — het is een methode die zich week na week laat toetsen.