F1 2026 · De methode

Niet wie wint.Hoe waarschijnlijk.

De meeste voorspellingen noemen één winnaar. Die van mij niet. Ik bereken voor elke coureur de kans op elke uitkomst — en laat zien hoe zeker, of hoe onzeker, die voorspelling werkelijk is. Hieronder staat precies hoe.

Drie coureurs, drie verdelingen uit 20.000 gesimuleerde races voor de Hungarian Grand Prix. De vorm verraadt het karakter: een scherpe piek met een lange staart, een vlakke spreiding, of een smalle betrouwbare berg.

Het uitgangspunt

Een uitslag is een gok. Een verdeling is een voorspelling.

Een coureur die "gaat winnen" wint in werkelijkheid misschien vier op de tien keer. De andere zes keer gebeurt er iets anders — een slechte start, een safety car, een motor die het begeeft. Wie één naam opschrijft, gooit al die nuance weg.

Daarom voorspel ik geen rij namen, maar een kansverdeling. Niet "Antonelli wint", maar "Antonelli wint in 43% van de gevallen, staat in 73% op het podium, en valt in bijna één op de vijf races buiten de punten". Dat laatste hoort er net zo goed bij. Een eerlijke voorspelling toont haar eigen twijfel.

De pijplijn

Zo komt de voorspelling tot stand

Vijf stappen, van ruwe open data tot een kans achter elke naam.

01
Open data ophalen
Alle resultaten van het lopende seizoen komen via de officiële F1-timingdata binnen — startplaats, finishplaats, status en punten van elke coureur in elke verreden race. Geen betaalde bron, geen aannames: alleen wat er werkelijk gebeurd is op de baan.
02
Pace-verdeling per coureur
Uit de schone finishes van elke coureur leid ik twee dingen af: een gemiddelde pace en de spreiding eromheen. Een consistente rijder krijgt een smalle verdeling, een grillige een brede. Op de spreiding zit een ondergrens, zodat niemand schijnzeker oogt na een paar toevallig nette races.
03
Uitval apart modelleren
Uitvallen is geen slechte finish — het is geen finish. Daarom krijgt elke coureur een eigen uitvalkans, geschat uit hoe vaak hij dit seizoen de eindstreep niet haalde. In een jaar met nieuwe, nog onbetrouwbare auto's eindigt een kwart van alle starts in uitval; dat negeren zou de voorspelling ronduit misleiden.
04
De race 20.000 keer rijden
Dan rijd ik de race twintigduizend keer na in een Monte Carlo-simulatie. Elke ronde trekt voor iedere coureur een prestatie uit zijn eigen pace-verdeling, bepaalt wie uitvalt, en zet de rest op volgorde. Eén simulatie is een toevalsuitslag; twintigduizend samen tekenen de hele waaier aan mogelijke races.
05
Kansen aflezen
Tot slot tel ik. In hoeveel van de twintigduizend races won deze coureur, stond hij op het podium, pakte hij punten? Die tellingen zijn de voorspelling: een winkans, een podiumkans, een verwachte positie en een mediaan achter elke naam.
Een voorbeeld · Oostenrijk

Waarom twee getallen meer zeggen dan één

Neem Antonelli, de favoriet. Het model geeft hem een verwachte eindpositie van 5.8. Maar zijn mediaan is 3. Dat verschil is geen rekenfout — het is informatie.

P3Mediaan
5.8Gemiddelde positie
17.5%Buiten de punten

De mediaan zegt: meestal staat hij vooraan. Het gemiddelde wordt omhooggetrokken door de races waarin hij uitvalt en helemaal achteraan eindigt. Eén getal zou dat verstoppen; samen vertellen ze het echte verhaal — razendsnel, maar in dit regeljaar nog kwetsbaar. Precies die nuance is wat een kansverdeling zichtbaar maakt.

Eerlijk blijven

Wat het model (nog) niet weet

Een voorspelling is zo goed als haar aannames. Deze zijn de mijne, hardop:

Geen baan-specifieke data. Het model rekent op seizoensvorm, niet op historie van dit circuit. In een jaar met compleet nieuwe auto's zou data van vorig seizoen je eerder misleiden dan helpen.
De startgrid ontbreekt tot zaterdag. Zodra de kwalificatie verreden is, draait het model opnieuw mét de echte startposities — verreweg het sterkste extra signaal. De versie van zondagochtend is altijd de scherpste.
Geen weer, strategie of teamorders. Regen, een briljante pitstop of een stalbevel kunnen alles omgooien. Het model kent de pace en het pech, niet de regie. Dat het die onzekerheid toont in plaats van verbergt, is het punt.
De belofte

Ik laat me controleren

Een voorspelling die je achteraf niet kunt nakijken, is een mening. Daarom ligt elke kans vóór de race vast, en kijk ik na afloop terug: klopte het, en waar zat ik ernaast? Een model leert van zijn missers, niet van zijn successen.

Elke zondag een nieuwe race, een nieuwe voorspelling, en een eerlijke rekening met de vorige. Dat is geen orakel — het is een methode die zich week na week laat toetsen.